Home > Nieuws > Archief 2010 > Robert Didden benoemd tot hoogleraar

Robert Didden benoemd tot hoogleraar

Interview met Marry Jansen

Robert Didden is voor de vereniging geen onbekende: Meerdere jaren al maakt hij als orthopedagoog deel uit van de Raad van Advies, en velen zullen hem kennen van de contactdagen, waar hij vertelde over lopende onderzoeken, of tijdens forumdiscussies praktische tips en adviezen gaf. Met ingang van 1 juli 2009 is Robert Didden benoemd tot bijzonder hoogleraar “Intellectual disabillities, learning and behaviour” aan de Radbout Universiteit in Nijmegen, een gebeurtenis waarmee we hem van harte willen feliciteren. Bovendien een goede reden om hem in een interview eens nader voor het voetlicht te brengen.

Kun je eerst even kort wat over jezelf vertellen. Beschrijf jezelf eens als persoon, qua karakter.
Ai, dat is een lastige! Kunnen we die niet overslaan??


Oké, we stellen hem nog even uit…
Waarom koos je jaren geleden voor orthopedagogiek?Wat trok je daarin zo aan?
Op de middelbare school was ik al gefascineerd door de vraag hoe mensen zich ontwikkelen. Ik besloot psychologie te gaan studeren in Nijmegen. Na een tijdje heb ik de overstap gemaakt naar orthopedagogiek, omdat het me vooral interesseerde waarom het soms fout gaat in die ontwikkeling.Tot aan mijn studie had ik nooit van dichtbij te maken gehad met mensen met een verstandelijke beperking.Toch fascineerde die groep mensen me.

Tijdens mijn studie ben ik vrijwilligerswerk gaan doen in een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Ik deed daar, samen met anderen, in de avonduren aan dagbesteding voor ernstig en meervoudig verstandelijk gehandicapten. Natuurlijk moest ik best even wennen aan hoe deze mensen eruit zien, en aan hoe ze zich gedragen, maar na een tijdje ben je daaraan gewend en kijk je daar doorheen. Later koos ik mijn stage en afstudeerrichting dan ook op dit terrein. Aan het eind van mijn studie orthopedagogiek heb ik aangegeven dat ik graag een extra jaar wilde doen, en ben toen voor een onderzoeksprojekt in Maastricht terecht gekomen. Na het afstuderen heb ik vervangende dienstplicht gedaan op de instelling waar ik tijdens mijn studie vrijwilligerswerk deed, én op de universiteit van Nijmegen waar ik les ging geven. Na een jaar kreeg ik ontheffing van dienstplicht en ben ik op beide werkplekken blijven hangen.
 
Kun je toelichten wat de inhoud is van je nieuwe functie, en waar liggen daarin voor jou de belangrijkste uitdagingen?
Sinds 2003 ben ik als gz-psycholoog werkzaam bij Trajectum-Hanzeborg (Centrum voor dienstverlening aan mensen met een lichte verstandelijke beperking en onbegrepen en risicovol gedrag, red.). Sinds 2008 ben ik ook hoofd van het Trajectum kenniscentrum.Trajectum heeft het initiatief genomen tot het instellen van de bijzondere leerstoel “verstandelijke beperking, leren en gedrag” aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Het zwaartepunt binnen de leeropdracht zal liggen op de behandeling, begeleiding en diagnostiek van ernstige gedrags- en psychische stoornissen bij (jong)volwassenen met een licht verstandelijke beperking en zwakbegaafdheid. Mijn onderzoek zal onder meer gericht zijn op de thema’s verslavingsgedrag en problematisch middelengebruik, agressief gedrag en persoonlijkheidsstoornissen bij deze doelgroep. Op dit moment zijn we bezig met de voorbereidingen voor een promotieonderzoek naar verslavingsgedrag bij gebruik van alcohol en softdrugs. Uiteindelijk gaat het erom methodieken te ontwikkelen waarmee we het leven van licht verstandelijk beperkte mensen met ernstige gedragsstoornissen kunnen verbeteren.
 
Een man met een missie…  Dat blijkt ook als zijn adviserende rol voor de vereniging ter sprake komt.
Naast mijn nieuwe functie blijf ik gewoon beschikbaar voor de PW/AS vereniging. Ik ben daar ooit mee in contact gekomen via prof. Paul Curfs. Er is door de jaren heen een goede samenwerking ontstaan met Paul. Een samenwerking waar ik veel waarde aan hecht en waarbinnen mooie resultaten tot stand gekomen zijn. Denk aan het grote aantal studies dat we samen met de vereniging doen en waarover wij in artikelen samen hebben gepubliceerd. Inmiddels hebben we met elkaar de nodige expertise opgebouwd op het gebied van Angelman en Prader-Willi syndroom. Deze expertise kunnen we inzetten voor individuele gevallen.
Via landelijke consulententeams word ik wel eens gevraagd te adviseren bij specifieke AS problematiek in instellingen. Wat dan opvalt, is dat mensen veel te snel denken: “Dat gedrag hoort nou eenmaal bij AS, dat kun je niet veranderen”. Dan ga ik duidelijk maken, dat gedrag wel degelijk te veranderen is. Probleemgedrag bij mensen met een verstandelijke beperking komt vaak overeen met probleemgedrag bij zich normaal ontwikkelende mensen: Een gezonde peuter kan driftbuien hebben, omdat hij nog geen taal tot zijn beschikking heeft waarmee hij zich kan uiten. Zo kan dit ook werken voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarom moet je eerst begrijpen waarom probleemgedrag er is, én wat normaal gedrag is voor die persoon, gezien zijn beperkingen. Dan kunnen er twee manieren zijn om het probleem aan te pakken: de omgeving moet anders met het gedrag omgaan, er anders naar gaan kijken, én/of je moet gaan kijken welke mogelijkheden er zijn om de persoon waar het om gaat, ander gedrag aan te leren waarmee hij zijn wensen en behoeften op een goede manier kan uiten. Met behulp van de juiste methodieken kan er echt veel. Het gaat erom dat we met de kennis die we hebben, het leven van mensen met een verstandelijke beperking daadwerkelijk verbeteren.

 
Op de AS contactdag in september was het mogelijk je kind aan te melden voor een intensieve zindelijkheidstraining.
Zijn die trainingen al van start gegaan, en zo ja, kun je er iets over vertellen?
Het is goed dat onze studenten in het laatste jaar van hun studie met hun neus op de feiten gedrukt worden: Laat ze maar eens ervaren hoe het is om de theorie in de praktijk om te zetten bij “echte” kinderen en om om te gaan met “lastig” gedrag. Daarom is dit een mooie samenwerking met de vereniging. Met subsidie van de Angelmanfoundation gaan studenten onder supervisie van Maartje Radstake een onderzoek doen naar de relatie tussen problematisch gedrag en communicatievaardigheden. We willen laten zien dat als je kinderen met AS kunt leren te communiceren, dat dan ook problematisch gedrag vermindert. Daarnaast zal Maartje samen met studenten proberen kinderen met AS zindelijk te maken. Tot nu toe hebben ouders van 6 à 7 kinderen zich hiervoor aangemeld, en als ik het goed heb, zijn ze inmiddels bezig een meisje en jongen met AS te trainen. Om een kind zindelijk te krijgen, ben je al gauw een paar weken bezig: eerst één op één in de badkamer, daarna moet het kind geleerd worden om naar het toilet te gaan, óók als het zich op andere plekken bevindt.Voor kinderen met AS is dit niet makkelijk om te leren, maar we zullen zien in hoeverre we erin slagen om een aantal van hen zindelijk te maken.

Je lijkt me een druk bezet mens. Kom je nog toe aan vrije tijd en hobby’s en zo ja, wat voor interesses heb je, naast je werk als orthopedagoog?
Het klinkt misschien een beetje gek, maar mijn werk is ook mijn hobby. Mensen begrijpen het vaak niet, maar ik vind het heerlijk om in mijn vakantie in alle rust bijvoorbeeld aan een artikel te werken. Ik hoef niet zo nodig vaak op vakantie. Neem je helemaal nooit vakantie? Jawel, hoor. Vaak combineer ik een vakantie met werk. Binnenkort moet ik naar Boston voor een congres, daar plak ik dan wel een vakantie aan vast, en ga ik samen met mijn vrouw naar NewYork. Verder hou ik van lezen, al kom ik daar niet zo gek veel meer aan toe, en van moderne kunst. Ook vind ik het heerlijk om af en toe de racefiets te pakken, en dan met een muziekje op 1,5 uur te fietsen. Op die manier kan ik wat afstand nemen, en dingen waar ik mee bezig ben in mijn hoofd ordenen.


Wil je, tenslotte, toch nog iets vertellen over wie je bent?
Jawel! Ik ben 48 jaar, ben sinds 1990 samen met mijn vrouw. Zij werkt overigens ook in de gehandicaptenzorg en heeft een dochter van 25, die inmiddels niet meer thuis woont. Zelf heb ik geen kinderen, omdat ik mezelf altijd afgevraagd heb, of ik wel een goede vader zou kunnen zijn: als je kinderen hebt, moet je toch altijd beschikbaar zijn voor je kinderen, flexibel kunnen zijn. Met kinderen is je tijd nooit echt te plannen, en ik weet niet of ik dat wel op zou kunnen brengen. Het is goed zoals het is. En qua karakter, tsja, dat is altijd moeilijk van jezelf te zeggen… Mag ik het verder hierbij laten?

 
Ja hoor, misschien mag ik hier zelf mijn indruk van je weergeven? In het gesprek kwam je naar voren als een man die op een inspirerende manier gedreven is voor z’n vak. Bovendien erg aardig. Robert, bedankt voor je medewerking!