Home > Angelman syndroom > Diagnose

Diagnose

De diagnose Angelman syndroom kan op grond van het gedrag en de uiterlijke verschijnselen worden vermoed. hiervoor is een internationaal gebruikte kenmerkenlijst opgesteld. Maar daarmee is de diagnose nog niet met zekerheid vastgesteld. De diagnose wordt pas zeker wanneer door onderzoek van de chromosomen. In 80% gevallen levert dit een zekere diagnose op. Chromosomen onderzoek wordt echter alleen uitgevoerd indien er op grond van de uiterlijke kenmerken en het gedrag een redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van Angelman syndroom.

Chromosomenonderzoek

Voor het onderzoek van de chromosomen (of DNA) zijn lichaamscellen nodig. Dat kunnen bloedcellen zijn, maar ook huidcellen. De afgenomen cellen worden enkele dagen in een speciale vloeistof met voedingsstoffen in een broedstoof (37°) geplaatst, zodat de cellen gaan delen en er voldoende cellen voor het onderzoek aanwezig zijn. Vervolgens worden er speciale kleurstoffen toegevoegd zodat de chromosomen onder de microscoop goed zichtbaar zijn. Op deze manier kan het aantal chromosomen geteld worden en kunnen grove afwijkingen aan de chromosomen vastgesteld worden. Wanneer bijvoorbeeld een deel van een chromosoom is afgebroken, zal dit onder de microscoop zichtbaar zijn.
Wanneer er ergens middenin een chromosoom een klein stukje ontbreekt (deletie), is dat onder de microscoop bij dit onderzoek vaak niet zichtbaar. Daarom is een speciale methode ontwikkeld waarbij dit wel mogelijk is: FISH (fluorescentie in situ hybridisatie). Ook kan naar de aanwezigheid of afwezigheid van één bepaald gen worden gezocht.

FISH onderzoek

Bij FISH maakt men gebruik van speciale fluorescerende 'markers', die zodanig zijn samengesteld dat ze precies passen op het specifieke deel van het te onderzoeken chromosoom waarvan men vermoedt dat daar het stukje DNA materiaal ontbreekt. Wanneer het chromosoom op die plaats 'compleet' is (dus normaal is) zal de marker zich op die plaats aan het chromosoom vasthechten. Onder de microscoop zie je dan twee puntjes oplichten. Van elk chromosoom zijn er immers twee aanwezig. Indien een van de beide chromosomen uit het desbetreffende paar een stukje mist (deletie), kan de marker daar niet vasthechten en zie je onder de microscoop dus slechts één puntje oplichten.
Bij FISH onderzoek moet dus tevoren vaststaan om welke -vermoedelijke- chromosoomafwijking (DNA-afwijking) het gaat. Met moet immers een marker hebben die precies past op de plaats van de vermoedelijke afwijking. Dat betekent dat met FISH onderzoek niet zomaar gezocht kan worden of er 'ergens op een van de chromosomen' een kleine afwijking zit.
Bij FISH onderzoek naar het Angelman syndroom kan alleen worden vastgesteld of er een deletie van 15q11-q13 aanwezig is. Hiermee kunnen naar schatting 70% van de mensen met Angelman syndroom worden gediagnosticeerd.

DNA methylatie test

Met deze test kan men onderzoeken of één specifiek gen al dan niet aanwezig is. Met de test kan ook onderzocht worden of dit gen aktief is of niet-aktief is.
Wanneer deze test wordt ingezet bij de diagnostiek van het Angelman syndroom, zoekt men naar het gen met de codenaam 'SNRPN' en met name of er wel of geen actief SNRPN gen. Dit gen bevindt zich ergens binnen het gedeelte van chromosoom 15q11-q13.
Als met deze DNA methylatie test géén inactief SNRPN gen wordt gevonden, is de diagnose Angelman syndroom bevestigd. Bij 80% van de mensen met Angelman syndroom is deze test positief, namelijk bij hen met de deletie, de disomie en de imprintingsstoornis. Alleen kan met deze test geen onderscheid worden gemaakt tussen deze drie verschillende typen Angelman syndroom. Wanneer er echter sprake is van een UBE3A gen-mutatie, is deze test negatief. Deze vorm van Angelman syndroom kan alleen door DNA analyse worden vastgesteld.

Onderzoek tijdens de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap is door middel van prenataal onderzoek (na een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie) vast te stellen of er wel of niet sprake is van een foetus met een afwijking die past bij Angelman syndroom. Dit onderzoek kan dus zinvol zijn wanneer er een vergroot risico op Angelman syndroom bestaat.

Klinisch genetisch centrum

Voor chromosomenonderzoek kan men, na verwijzing door de huisarts of specialist, terecht een klinisch genetisch centrum, waarvan er in Nederland 9 zijn. Hier kan men terecht voor informatie over erfelijke ziekten en voor onderzoek.

bron: W. Braam AVG (Arts voor Verstandelijk Gehandicapten)

 

Expertise Centrum Angelman Syndroom

7·okt 2010 is in het Erasmus MC Rotterdam het Expertisecentrum voor Angelman Syndroom geopend. Ouders kunnen zich aanmelden.

Lees meer >>

Expertisecentrum voor slaapstoornissen

voor mensen met een verstandelijke beperking...

Lees meer >>