| wo mei 30 @19:15 - 09:30 Wat komt er op ons af |
| di juni 05 @19:15 - 09:30 Wat komt er op ons af |
| vr juni 08 @13:00 - 05:00 Informatiemiddag voor familiementoren, -bewindvoerders en -curatoren |
De oorzaak van Angelman syndroom is een ingewikkeld verhaal. Het wordt namelijk niet veroorzaakt door één bepaald foutje in de chromosomen (bijvoorbeeld een mutatie of een deletie). Bij Angelman syndroom zijn op dit moment vier verschillende fouten bekend die alle vier leiden tot Angelman syndroom. Het gemeenschappelijke van deze vier oorzaken is het niet goed werken of het afwezig zijn van een groepje genen op chromosoom 15.
De meestvoorkomende oorzaak is het ontbreken van een klein stukje informatie (deletie) op het van moeder verkregen chromosoom 15 en wel op de lange arm van dit chromosoom. De officiële manier om deze chromosoomafwijking aan te geven is: del 15q11-q13 maternaal. Het ontbreken van het stukje DNA uit chromosoom 15 ontstaat bij toeval tijdens de vorming van de zaadcellen of eicellen. Eigenlijk is het een soort kopiëerfout. De kans dat zoiets gebeurt is erg klein, namelijk kleiner dan 1%. De herhalingskans bij een volgende zwangerschap is dan ook uiterst gering, aangezien de oorspronkelijke 'fout' niet reeds bij een van beide ouders aanwezig is. Er zijn zeldzame gevallen beschreven waarbij er bij een van beide ouders toch een afwijking aan het chromosoom 15 aanwezig was. Het ging daarbij om een zogeheten 'gebalanceerde translokatie' bij een van de ouders van een kind met Angelman syndroom. Bij een gebalanceerde translokatie ontbreekt er een stukje van een chromosoom (deletie), maar is het ontbrekende stukje vast blijven zitten aan een van de andere chromosomen uit de celkern (translokatie). Iemand met een gebalanceerde translokatie is in de regel niet ziek, omdat het afgebroken stukje nog aanwezig is.
Wanneer van een bepaald chromosomenpaar er niet zoals normaal het geval is één van vader en één van moeder afkomstig zijn, de beide chromosomen van vader of juist beide afkomstig zijn van moeder, spreekt men van uniparentale disomie. Als het om een uniparentale disomie van chromosoom 15 gaat en in dit geval beide chromosomen 15 van de vader afkomstig zijn, is er sprake van Angelman syndroom. Men spreekt dan van een paternale uniparentale disomie van chromosoom 15. Voor het goed functioneren van het stukje chromosoom 15q11-q13 is het van essentieel belang dat het ene chromosomen 15 van moeder afkomstig is en de ander van vader. Als dit niet het geval is, werken de genen op dit deel van chromosoom 15 niet op de normale manier. Er ontbreekt weliswaar niets, maar de genen werken niet op de juiste manier. Kinderen met Angelman syndroom op basis van een disomie ontwikkelen zich meestal wat gunstiger dan in geval van een deletie.
In bepaalde gedeelten van de genetische code op een chromosoom werken de genen anders wanneer dat bepaalde chromosoom van de vader of van de moeder is verkregen. Het is dan van belang of de genen een imprinting ('inprint' of 'stempel') van vader of moeder hebben gekregen. Hierbij wordt dan óf het van vader óf het van moeder verkegen gen inactief gemaakt ('gemethyleerd'). In het gebied van chromosoom tussen 15q11 en q13 liggen enkele genen waarvan de werking afhankelijk is van het feit of ze van vader of van moeder afkomstig zijn. Een daarvan is het SNRPN-gen. Normaal is het SNRPN-gen op het chromosoom 15 dat van vader afkomstig is aktief en het SNRPN-gen op het chromosoom 15 dat van moeder afkomstig is niet-aktief. Wanneer door de imprintingsstoornis het van moeder afkomstige SNRPN-gen niet is geïnactiveerd, zijn dus zowel het van vader afkomstige, als het van moeder afkomstige SNRPN-gen actief. En dat leidt tot de geboorte van een kind met Angelman syndroom.
Wanneer het UBE3A gen een afwijking (mutatie) vertoont, is het niet werkzaam en kan een bepaald enzym dat essentieel is in de stofwisseling van een bepaald eiwit niet worden aangemaakt.
Bij 10-15% van de personen die op grond van de verschijnselen helemaal voldoen aan de criteria voor het stellen van de diagnose Angelman syndroom, kan geen van de 4 hierboven genoemde oorzaken aangetoond worden. Waarschijnlijk is er dan sprake van een gen defect dat op dit moment nog niet bekend is. Dit hoeft dus niet te betekenen dat er dan géén Agelman syndroom aanwezig is. Kennelijk is met de huidige techniek nog niet elke vorm van Angelman syndroom vast te stellen. Dat neemt niet weg dat er uiteraard ook een geheel andere genetische afwijking aanwezig kan zijn waarvan het uiterlijke beeld sterk lijkt op dat van het Angelman syndroom. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het nog vrij onbekende 22q13 deletie syndroom. oorzaak
bron: W. Braam AVG (Arts voor Verstandelijk Gehandicapten)
7·okt 2010 is in het Erasmus MC Rotterdam het Expertisecentrum voor Angelman Syndroom geopend. Ouders kunnen zich aanmelden.